Historie

Over de vroegste geschiedenis van Harderwijk is weinig bekend. Het oudste deel kan de vroonhoeve (curtis) Selhorst(Zelhorst) van het Utrechtse kapittel van Sint Marie zijn geweest. Bij deze nederzetting bevond zich een Sint-Nicolaaskerk. Onbekend is waar deze nederzetting precies lag, mogelijk was dit in de buurt van de Luttekepoort.

In 1231 kreeg de ernaast gelegen nederzetting Herderewich (waarvan de ligging eveneens onbekend is) stadsrechten van graaf Otto II van Gelre en Zutphen. In de Hanze nam het van 1285 tot 1628 een belangrijke plaats in.

Koning Erik VI van Denemarkengaf de burgers van Harderwijk in 1316 een vitte in de Zweedse stad Skanör-Falsterbo.

Arnold van Egemond, hertog van Gelreen graaf van Zutphen, bevestigde in 1443 het stapelrechtvoor de vis te Harderwijk. Waarschijnlijk verkreeg Harderwijk dit recht al in het begin van de 14e eeuw. Het recht had betrekking op alle vis die tussen Muiden en Kampen aan land werd gebracht, met uitzondering van Elburg. Dit betekende dat deze vis in Harderwijk verkocht moest worden en dat daar de prijs werd vastgesteld. De producten kwamen de stad in via de Hoge Bruggepoort, en niet via de Vischpoort zoals de naam doet vermoeden. Via laatstgenoemde poort werden de producten vanuit de stad vervoerd naar andere bestemmingen. De Afslag vond plaats in het voormalige 'Herbergkwartier', gelegen in de zone Bruggestraat, Vijhestraat en Schoolsteeg, nabij de Hoge Bruggepoort.

In 1446 werden in Harderwijk de onderhandelingen gevoerd over een hoogoplopend conflict tussen enerzijds de Noord-Duitse en anderzijds de Hollandse en Zeeuwse Hanzesteden. Uiteindelijk werd hier de Vrede van Harderwijk getekend.

In 1503 vond in Harderwijk een grote stadsbrandplaats. De Gelderse Munt vestigde zich in 1584 in Harderwijk en sloeg hier munten tot 1806.

Van 1648 tot 1811 had de stad een universiteit, de Universiteit van Harderwijk. Beroemde promovendi waren onder anderen de medicus Herman Boerhaave en de Zweedse botanicus Carolus Linnaeus. Professor David de Gorter(1689-1762) was volgens sommigen een van de beste hoogleraren die Harderwijk ooit heeft gehad. In 1754 ging hij naar Rusland, om lijfarts te worden van tsarina Elisabeth Petrovna, de dochter van Peter de Grote

Te Harderwijk was vanaf 1814 ook het Koloniaal Werfdepot voor het Oost-Indisch Leger (later Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger gevestigd, dat denigrerend weleens "het riool van Europa" werd genoemd. Het Depot werd in opgeheven 1910. Bijna 150.000 soldaten vonden hun weg van Harderwijk naar Indië. Onder hen bevond zich de Franse dichter Arthur Rimbaud.

Tijdens de Eerste Wereld Oorlos werden in de stad zo'n 15.000 Belgen in een interneringskamp  ondergebracht. Later werd op de Harderwijkse begraafplaats Oostergaardehet Belgisch Militair Ereveld 1914-1918ingericht. Hier worden 349 Belgen herdacht.

Van 1909 tot 1994 was Harderwijk garnizoensstad. De stad ligt pal aan het Veluwemeer en het Wolderwijd, ontstaan na inpoldering van de Zuiderzee in 1932. Waar nu de boulevard aan de meren ligt, kwamen vroeger de botters aanleggen bij de Vischpoort om hun vis te verhandelen op de Vischmarkt. Het is nog steeds mogelijk om bottertochten op een van de meren te maken. Na 1932 nam de visserij als bron van bestaan sterk af. Handel, industrie en toerisme namen steeds meer toe.

In 1965 werd het Dolfinarium Harderwijk geopend, dat uitgroeide tot grootste zeezoogdierenpark van Europa met jaarlijks ongeveer één miljoen bezoekers.